WE HEBBEN NIET ALLES IN DE HAND

Wél kunnen we ervoor kiezen hoe we met bepaalde situaties omgaan…

De dag was goed gestart… 

de jongens werkten prima mee en waren zelfs met z’n drieën Beau gaan uitlaten voordat we allemaal de auto instapten om naar school te gaan. Zoals altijd een kleine strijd om gelijk te halen en de aandacht te krijgen, maar buiten dat een rustige autorit.

Na de ochtendceremonie de beloofde kusjes uitgedeeld en vervolgens direct door naar een overleg op de Nederlandse school….

Aangezien ik nog altijd aardig wat tijd in de auto doorbreng, probeer ik die te gebruiken voor wat mail, berichtjes, FB en dus had ik het niet zien aankomen…. 

BAM!!!

 Ik hoorde mezelf nog:” Peter!!!” roepen. Een jongen, door onze auto geraakt, lag nu rechts van de auto na eerst een ‘duik’ genomen te hebben in de modderige greppel. Geschrokken stapte ik de auto uit en liep naar de jongen toe, die al omgeven werd door verschillende lokale mensen. Om een idee te krijgen van de verwondingen (tenminste ik denk dat dit de reden was) werd er een emmer water over hem heen gegooid. Ook werden zijn kleren uitgetrokken. Ik zag dat zijn onderbeen wat bloedde en ook zijn tenen waren wat geschaafd. Van zijn achterhoofd zag ik een rood straaltje naar beneden gaan. Ik vroeg of het ging met hem. Een voorzichtig knikje kreeg ik van de jongen die beefde als een rietje.

Daar stond ik dan tussen mensen die voornamelijk een taal spraken die ik niet begrijp. Peter (de driver) had de auto een klein stukje verder geparkeerd en zei me dat hij deze op slot had gedaan. Hij voerde het woord. Er werd geroepen om me heen.

Blijkbaar waren ze boos

Boos op hem (begreep ik achteraf) omdat hij die ochtend al een keer eerder zonder te kijken de straat was over gerend; die auto had op tijd kunnen stoppen. Gelukkig.

Eerst dus maar naar het ziekenhuis. 2 mannen stapten met de jongen op de achterbank nadat zijn moeder hem snel een hemd over het hoofd had getrokken zodat hij niet in zijn blootje mee hoefde.

Het lokale ziekenhuis was niet ver. Daar aangekomen vroeg Peter me geld te geven zodat de jongen gezien kon worden door een dokter. Eerst geld want anders gebeurt er niets…

Ik had de jongen al gevraagd hoe het nu met hem ging en ik voegde eraan toe dat ik zag dat hij geschrokken was. Hij was niet de enige! Veel konden wij op dat moment niet doen. Peter wisselde telefoonnummers uit en na een dubbele belofte dat we terug zouden komen, zijn we gegaan. Nét de straat uit en daar zag ik zijn moeder. Verbaasd dat ze al zo snel hier was. Ik liet Peter stoppen en hij deed het woord. Ik wenste haar nog succes en we reden verder.

RAAR

Ik voelde me raar. Het leek allemaal mee te vallen maar toch. De flits van de jongen, de klap, het direct reageren, maar op de een of andere manier toch waakzaam zijn. Geen schuld maar toch verantwoordelijk handelen. Uitgaande van de natuurlijke reactie een kind te willen helpen, zeker te willen weten dat je zoon in orde is. Anderen die te hulp schieten. Maar ook de woorden van andere ‘obroni’s’ (vreemdelingen, blanken) dat je moet opletten dat ze je niet om geld blijven vragen, (vervelend gezegd) ‘een poot uitdraaien’.

Gedachten gaan sneller dan je soms kunt bijhouden. Heb ik goed gehandeld? Ben ik niet naïef geweest? Ben ik ook zo’n blanke die daar wel even intuint? Natuurlijk stop ik, iemand heeft hulp nodig. Ik hoop dat anderen ook voor mijn kind zorgen wanneer deze in een dergelijke situatie terecht zou komen. Ik hoop dat het écht goed komt met hem. Verdorie, wat heeft hij ons allemaal laten schrikken! Dat hij de volgende keer wel écht kijkt voordat hij oversteekt…..

Maar dan?!

Terug naar mijn gevoel. Het is goed dat we gestopt zijn. De bange ogen van de jongen omdat hij wist dat hij fout zat, omdat hij al gewaarschuwd was. Dit was ECHT! De hoop dat hij hier uit leert, dat wel. Maar hoe dan ook. Ik heb mijn gevoel gevolgd. En dat wil ik blijven doen.

Dankbaar

De dank, niet alleen uitgesproken en vertaald, maar ook de dank te lezen in de ogen van zowel de jongen als de moeder. Ik ben dankbaar dat zij mijn gevoel en wíl te geloven in het positieve van de mens hebben bevestigd. Ik ben dankbaar dat ik in de situatie zit dat ik in staat ben geweest óm te helpen. Dankbaar dat mijn kinderen ok zijn.

Want zeg nu zelf: 

Er is toch geen banger hart dan dat van een moeder die zich zorgen maakt om haar kind?!